• Incasso nieuws
  • ‘Uw bedrijf is failliet verklaard, ik ben uw curator.’ Zo gaat het als je zaak failliet gaat
‘Uw bedrijf is failliet verklaard, ik ben uw curator.’ Zo gaat het als je zaak failliet gaat

In de horeca loopt het aantal faillissementen op. Wat gebeurt er als je zaak bankroet gaat? Drie ondernemers vertellen. „We proberen ’s middags een rustmomentje te pakken. Anders slapen we sowieso weer niet.”

Bron: NRC 

Het eerste biertje dat hij brouwde om te verkopen is nog steeds zijn favoriet. De Kiplekker. „Dat schijnt vaker zo te zijn, bij brouwers.” Jos Huijgens brouwt ’t, naast zeven andere bieren, in zijn kleine brouwerij aan huis in het Zeeuwse Ossenisse. Nu zijn restaurant in Terneuzen failliet is gegaan, is zijn brouwerij, De Kip, nog belangrijker geworden. Misschien wel de uitweg uit de problemen.

Tot een paar jaar geleden was Huijgens (61) boekhouder. Na een scheiding besloot hij zijn leven om te gooien. Hij verhuisde naar zijn vakantiehuis in Zeeuws-Vlaanderen, ging er bier brouwen en volgde een opleiding voor zytholoog (bierkenner/-sommelier). Eind 2019 ging een wens in vervulling: hij kon een restaurant overnemen in een oude munitieopslag in Terneuzen. „Een prachtig pand.” Hij maakte er een bierrestaurant van, De Soute Vaert, met zestig bieren op de kaart.

„We zouden 24 maart opengaan”, vertelt Huijgen in zijn rommelige kantoortje in Ossenisse, boven de brouwerij – van beneden klinkt het zoemende geluid van de ketels. Die opening ging natuurlijk niet door. In juni ging De Soute Vaert alsnog van start, maar toen de horeca in oktober opnieuw dicht moest, wist hij direct: „Ik trek de stekker eruit.”

Een half jaar dicht

Bijna geen sector die zo hard geraakt wordt door de coronamaatregelen als de horeca. In 2020 moesten restaurants en cafés bijna de helft van het jaar gesloten blijven; van half maart tot 1 juni en opnieuw vanaf 14 oktober. Veel (nacht)cafés gingen na maart überhaupt niet meer open.

Op het eerste gezicht is het opvallend dat een faillissementsgolf uitbleef: vorig jaar gingen 235 horecazaken failliet, ‘slechts’ 39 meer dan in 2019. Maar in de meeste andere sectoren waren ondanks de coronacrisis juist mínder faillissementen. Met 2.703 stuks lag het totaal vorig jaar uitzonderlijk laag, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week.

Dit jaar wordt dat heel anders, is de verwachting. Als alle steunmaatregelen aflopen, kan die golf aan faillissementen heel goed alsnog komen. En niet alleen in de horeca.

Wat doet het met een ondernemer als z’n zaak dreigt om te vallen? Wat komt er op je af bij een faillissement? En hoe ga je verder? NRC vroeg het drie horeca-ondernemers die in coronajaar 2020 ten onder gingen. Uitbaters van een pannenkoekenrestaurant in Tiel, een artistiek café in Arnhem, en De Soute Vaert in Terneuzen.

Een wankelende zaak

Met een pannekoek kun je alle kanten op, vindt Ruud van den Bergh (67) uit Tiel. „Mensen stonden er versteld van wat we er allemaal op deden. De laatste tijd was de dönerpannekoek een van de best verkochte.” Met zijn vrouw Loes runde hij sinds 2014 de Pankoekhoek. Een „familierestaurantje” met plek voor 32 mensen. Het enige pannekoekenrestaurant van het Gelderse Tiel. „Dat was een voordeel.”

De eerste lockdown hebben ze er het beste van gemaakt: de zaak opknappen, tussendoor een beetje van de zon proberen te genieten. Met bijna 5.000 euro overheidssteun en een extra lening van 3.500 euro wist de Pankoekhoek te overleven. Toen hij opnieuw dicht moest, dacht Van den Bergh: „Dit komt weer goed.”

Maar nu bleek hij geen recht te hebben op steun. Hij kreeg te horen dat zijn huur te hoog was ten opzichte van zijn omzet, vertelt hij. „We hadden bijna 4.000 euro aan onkosten per maand. En totaal geen inkomsten, geen hulp.”

Ook in Terneuzen ging Jos Huijgens in juni vol goede moed aan de slag. Hij stond achter de bar en adviseerde over bieren, zes man personeel deed de keuken en de bediening. Maar: „Mensen durfden niet te komen.” Huijgens probeerde op kosten te besparen, ging vijf dagen open in plaats van zeven, en hield vol. „De weekenden begonnen steeds beter te lopen.” Maar toen moest hij opnieuw dicht – en als starter had hij geen recht op steun.

In Arnhem had Ruben de Rooij de boel begin vorig jaar net weer een beetje op de rit. Samen met een vriend was hij zeven jaar geleden Stella By Starlight begonnen. Een eetcafé met een bonte verzameling vintage meubels en vaak live muziek, in de opkomende wijk Coehoorn. „Een soort kunstenaarsenclave.”

Na een paar goede jaren kreeg Stella by Starlight het in 2019 moeilijk: twee zieke chef-koks die doorbetaald moesten worden, meerdere inbraken. Na onenigheid met zijn compagnon besloot hij in zijn eentje door te gaan. „Toen we begin 2020 eindelijk weer zwarte cijfers schreven, kwam corona.”

Hij begon met take-away. „Maar vooral om te laten zien dat je er nog bent. Je verkoopt misschien tien hamburgers en dan kun je weer inpakken.” Met de tweede sluiting verloor hij de moed. „Ik heb steeds geprobeerd te schuiven met geld, rekeningen wat later betaald, maar ja… het stapelt zich gewoon op.”

Het einde: faillissement

Toen Ruud van den Bergh van de Pankoekhoek in december het verzoek kreeg tweeënhalve maand aan nog niet betaalde huur over te maken, wist hij het niet meer. Hij vroeg een paar advocaten wat hij moest doen. „Die zeiden: faillissement aanvragen. Dan lopen de schulden tenminste niet nog verder op.”

Dus dat deed hij. „Via internet. Dan krijg je mailtjes, telefoontjes.” Met de curator sprak hij af bij de Pankoekhoek. Daar kwam Van den Bergh erachter dat zijn sleutel niet meer paste, het slot was al vervangen – hij maakte er maar een grapje over. „‘Zo, een prachtig nieuw slot, het mag wat kosten.’ Een binnenkomertje.”

an den Bergh heeft er veel zorgen van, zegt hij. Hij is de hele dag in de weer met geregel. Zijn vrouw Loes: „Je voelt je onmachtig. We proberen ’s middags een rustmomentje te pakken. Anders slapen we sowieso weer niet.”

Jos Huijgens kon nog wel naar binnen in De Soute Vaert, om de curator erin te laten. Twee weken na de aanvraag had hij ineens een telefoontje gekregen: ‘Uw bedrijf is failliet verklaard, ik ben uw curator.’ Die wilde hem diezelfde middag ontmoeten, in De Soute Vaert. „We hebben een uurtje gekletst, ik heb de sleutels ingeleverd, en vanaf dat moment kon ik er niet meer in.” Het nieuwe meubilair is inmiddels geveild, weet Huijgens.  

Voor Ruben de Rooij uit Arnhem kwam de beslissing om te stoppen in de kerstvakantie. Na uren bij de accountant besloot hij: het is onbegonnen werk. Op Facebook tikte hij een bericht: Stella by Starlight is ter ziele. „Ruim 250 reacties! Mensen die schrijven: ‘ik mis het’, ‘wat zielig’. Toen heb ik wel een traantje gelaten.”

En dan toch weer verder

De ‘erfenis’ van Stella by Starlight is zo’n 100.000 euro aan schuld, schat De Rooij. „Het is een eenmanszaak, dus alles komt op mijn bordje.” Hij zit de komende drie jaar in de schuldsanering. Wat dat in de praktijk precies betekent, weet hij nog niet. „De bewindvoerder is bezig, die moet wat dingen regelen en uitzoeken.”

Afgelopen week ging hij voor de laatste keer naar het café, om de boel leeg te halen. Met tegenzin. „Het is kaal, het is vies, het voelt niet echt prettig meer om daar te zijn.”

En hijzelf moet op zoek naar een baan. Maar wat? De Rooij werkt zijn hele leven al in de horeca. „Op mijn veertiende was ik al barcoördinator van een jongerencentrum. Maar ik ga solliciteren tot ik een ons weeg.”

Ook de Pankoekhoek van Ruud van den Bergh was een eenmanszaak, geen bv. „We zijn persoonlijk aansprakelijk.” Hij weet nog niet hoe het financieel gaat uitpakken. Wel weet hij dat er niet zoveel te halen valt. „We hebben een huurhuis, geen dure auto. We leven van onze AOW.”

Eigenlijk was het de bedoeling de Pankoekhoek te verkopen. „We wilden ervan met vakantie naar Australië. Daar wonen allemaal neven en nichten.” Maar ze willen ook relativeren. „Toen wij opgroeiden, was het: werken voor de kost, niet zeuren, doorgaan. Daar hebben we nu iets aan.”

De Soute Vaert van Jos Huijgens was wél een bv. Hoewel hij dus niet persoonlijk aansprakelijk is, stond hij wel garant voor een lening van 100.000 euro die hij kreeg van „een gepensioneerd zakenman”. „Hij zet niet het mes op m’n keel, maar hij wil op een gegeven moment wel geld terug. Alleen: door corona kan ik niks. Dat is af en toe discussie.”

Huijgens heeft zijn hoop gevestigd op De Kip. Die loopt nu ook slecht door corona. De horeca is dicht, en mensen lopen de slijterijen niet plat. Maar later dit jaar kan het beter gaan. „We brouwen nu 15.000 liter per jaar, dat levert normaal zo’n 50.000 euro omzet op. Ik wil de productie verviervoudigen.”

Huijgens staat op en laat twee flesjes Kip-bier zien, met heel verschillende etiketten. En er staat niet op wat voor bier het is. „Da’s mijn fout. Ik ben te veel een vakidioot. Door het alcoholpercentage en de kleur weet ik meteen wat voor bier het is.” Hij is met „commerciële mensen” naar dit soort dingen aan het kijken. „Die vinden de etiketten ook te verschillend.”

Als het niet lukt met De Kip, moet hij de brouwerij verkopen, net als z’n huis. Maar als hij zichzelf toestaat te dromen, hoopt hij het in de toekomst nog een keer te proberen. Met een restaurant en brouwerij op één plek, „een stadsbrouwerij”. Het liefst met een compagnon, die hij nog moet vinden. Hij heeft het vertrouwen in zichzelf als ondernemer niet verloren. „Absoluut niet.” Maar: „Het is niet vanzelfsprekend dat het goedkomt.”

incassonieuws